Wij zijn stadsmensen zonder groene vingers. Maar nadat ik een tijdje op de campagne leefde begon het toch te kriebelen. Wat was dat toch, al die mensen die glimlachend in hun groentetuintjes stonden? Zou daar een verborgen geluk te vinden zijn? In de lokale boekhandel vond ik de mooiste boeken over groentetuintjes van 1 m2. Dat leek me wel overzichtelijk en om te beginnen zette ik 4 vierkante, houten bakken neer en begon enthousiast te poten. Bovenin de tuin plantten we fruitbomen; kersen, peren, appels, nectarines, vijgen, pruimen en walnoten. Omdat de boompjes nog klein waren, verwachtte ik er niet veel van. Maar de opbrengst verbaasde me.

Zo zijn we begonnen en inderdaad, het geluk spatte ervan af. De plantjes schoten omhoog, en begonnen geweldig te bloeien want er is hier volop zon en warmte. Alles leek mogelijk, ik plantte de meest exotische dingen in de tuin. Hoezo geen groene vingers? Alleen wat waren toch die kleine, parelachtige knobbeltjes onder de bladeren van onze spruitjes en broccoli? Dat bleken de eitjes te zijn van koolwitjes, die vrolijke witte vlindertjes. Rigoureus trok ik de stronken kool eruit, zodat ik geen bestrijdingsmiddelen hoefde te gebruiken.

Het eerste jaar verliep in complete tevredenheid. ’s Morgens even naar de groente kijken, een beetje wieden en wat water geven, en ’s avonds iets lekkers uit de tuin trekken. We hadden genoeg om ons gezin te voeden. Tijd voor schaalvergroting, want wij wilden onze gasten ook mee laten genieten van al die verse heerlijkheden.

Ik heb veel gehad aan het filmpje van Jeff Ball over ‘raised bed gardening’. We lieten een graver komen en metselden twee bakken van 6 m2 op tot heuphoogte en legden een automatisch bewateringssysteem aan met een poreuze slang. Zo krijg je ook minder ongedierte en schimmel in de planten.

Het is nu november. De pompoenen groeien nog even door en ik heb net de laatste courgettes uit de tuin gehaald. We kijken terug op een succesvol jaar met een enorme oogst. Onze gasten konden bijna iedere dag de groente uit de tuin gebruiken. Onze oude Franse buurvrouw legde me uit hoe ik moest wecken zodat ik het overschot vers kon houden voor de wintermaanden. Daarvoor kocht ik een enorme ketel voor op het fornuis. Hierin steriliseer ik de weckpotten en kook ze vacuüm. Zo kon ik in de garage een pantry maken vol met soepen, sauzen, jams en chutneys.

Comments are closed.